Federaal

Wet & Codex Welzijn op het Werk

 
De wet van 4 augustus 1996 vormt de hoeksteen van de Belgische regelgeving rond welzijn op het werk en tevens de basis voor veilig en gezond werken: de Welzijnswet. Ze legt de fundamentele principes vast waarmee werkgevers en werknemers samen zorgen voor een veilige, gezonde en aangename werkomgeving.

De wet bepaalt de algemene doelstellingen en verplichtingen, terwijl de concrete uitwerking ervan is vastgelegd in verschillende uitvoeringsbesluiten. Het merendeel van deze besluiten is vandaag gebundeld in de Codex over het welzijn op het werk, hét centrale referentiewerk voor iedereen die met welzijn op het werk in aanraking komt.

In tegenstelling tot het vroegere Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB), dat vooral gedetailleerde technische voorschriften oplegde, vertrekt de welzijnswetgeving vanuit een andere visie. De focus ligt niet langer op het strikt voorschrijven van middelen, maar op het behalen van duidelijke doelstellingen. Werkgevers krijgen hierdoor meer ruimte om zelf passende maatregelen te nemen, zolang ze aantoonbaar zorgen voor een veilige en gezonde werkomgeving.

Het ARAB wordt stapsgewijs afgebouwd. De resterende bepalingen worden waar mogelijk opgenomen in de Codex of opgeheven. Daardoor is de Codex over het welzijn op het werk vandaag uitgegroeid tot de belangrijkste bron van regelgeving op het vlak van veiligheid, gezondheid en welzijn op het werk.